Gutiva

BEGRIPPENLIJST

Begrippenlijst spijsvertering – in gewone taal, zonder bangmakerij

De begrippen die je tegenkomt zodra je je in je spijsvertering gaat verdiepen. Helder uitgelegd – zonder medisch jargon.

Bristol-stoelgangschaal

Zeven typen ontlasting, van harde keutels (verstopping, klinisch: obstipatie) tot waterige, dunne ontlasting (diarree). Het is geen diagnose – het is een manier om in een paar seconden te benoemen wat je spijsvertering doet. Uitleg bij de schaal →

Consistentie van je ontlasting

Hoe ‘gevormd’ je ontlasting is. Dat wisselt met je vochtinname, je vezels en stress – één keer zegt niets, een patroon in de tijd wel.

Frequentie van je stoelgang

Hoe vaak je gaat. ‘Normaal’ is een ruime marge; belangrijker dan het getal is wat voor jou gewoon is – en wanneer dat verandert. Is mijn spijsvertering normaal? →

Transittijd (darmpassagetijd)

Hoe lang eten erover doet om je darmen door te komen. Een snelle en een langzame transittijd hebben elk hun eigen patroon – en dat patroon reageert op concreet eten.

Peristaltiek

De samentrekkingen van je darmen die de inhoud verder duwen. Beweging, stress, vezels en je dagritme hebben er allemaal invloed op.

Vezels

Het deel van plantaardig eten dat je niet verteert, maar dat je spijsvertering wel nodig heeft. Hoeveel jij precies nodig hebt, zegt geen algemene tabel. Hoeveel vezels heb jij per dag nodig →

Darmbalans

De situatie waarin je spijsvertering rustig en met vaste regelmaat verloopt. Het doel is niet ‘perfectie’, maar begrijpen wat het bij jou van slag brengt.

Vertraagde reactie op eten

Een reactie op alledaags eten die je niet met de bron verbindt, omdat ze pas later komt. In een patroon over langere tijd valt zo iets eerder op dan in één losse meting.

Patroon en trend

Waar Gutiva naar kijkt: niet één dag, maar reacties die zich over 30 dagen herhalen.